Abbey Road in ’t klein

Bert S. begon in 1975 als verpleegkundige in CWZ. Tot op de dag van vandaag haalt hij voldoening uit zijn werk. Waar hij nóg meer voldoening uit haalt, is muziek. Hij bouwde in zijn appartement een speciaal hoekje dat dient als zijn opnamestudio.

‘Ik begon al op jonge leeftijd met zingen. Toen ik op mijn vijftiende een gitaar kreeg was het hek van de dam. Vanaf dat moment liet ik mij inspireren door Bob Dylan en de popmuziek van de jaren ’60. Tot mijn vijfendertigste zong ik in allerlei bands. Toen was ik er klaar mee. Iedere keer laat thuis, een hoop gesjouw met spullen. Ik heb toen 7 jaar niet veel meer gedaan dan een beetje gitaar spelen.’

Monnikenwerk
‘Halverwege de jaren ’90 kwam ik door een collega in aanraking met computers. Ik speelde Flight Simulator, maar ergerde me aan het slechte geluid. Voor 500 gulden kocht ik een geluidskaart. Daar kwam gratis software bij waarmee je muziekstukken kon samenstellen. Ik had echter nog geen keyboard, dus moest ik met de muis elk nootje invoeren. Monnikenwerk, maar ik werd er erg blij van. In de 20 jaar dat ik nu bezig ben, heb ik mijn computer telkens flink geüpgraded en kwam er steeds betere software. Ik heb nu een fantastische setup voor het opnemen van muziek.’

Goed voorzien
‘Ik schrijf nog steeds mijn eigen nummers en wissel dat af met het coveren van bestaande nummers die ik mooi vind. Een enkele keer word ik bijgestaan door Chris, een vriend die soms ook een eigen nummer inbrengt. Dat maken we dan samen af. Het meeste plezier beleef ik aan het producen en mixen. Ik probeer op de hoogte te blijven van technische ontwikkelingen. Mijn studio is geen Abbey Road, maar ik ben goed voorzien. Ik kan er uren doorbrengen. Voor mijn plezier, want echte ambities heb ik niet. Wat ik wel heb, zijn 3 achtergrondzangeressen. Voor een cover van een nummer van Donna Summer zoek ik nog een zangeres. Het moet wel een zwarte stem zijn. Kijk, ik heb nog noten op mijn zang ook!’

(Visited 1 times, 1 visits today)